Je kind = 50% papa + 50% mama
Taal is fascinerend. Het verbind je met anderen, het kan je ook uit elkaar drijven. Zelfs als je dezelfde taal spreekt, begrijp je elkaar niet altijd. De woorden die je gebruikt samen met je lichaamstaal. De manier hoe je spreekt, het oogcontact wat je maakt: kan een andere boodschap meegeven dan je bedoelt. Bewust óf onbewust.
‘Jeetje, wat doe je moeilijk: je bent precies zoals je moeder.’ of ‘Zijn vader zal wel weer te laat zijn, zoals altijd.’
Je kind voelt dit feilloos aan. Is als een soort radar die alles registreert. Voelt meteen of er balans of strijd is, rust of stress. Dit komt omdat je kind voor 50% uit papa en 50% uit mama bestaat. Het is belangrijk om je bewust te zijn van de taal die je gebruikt. Als je negatief over de andere ouder spreekt, raakt dit ook je kind. Het kan ervoor zorgen dat je kind met zichzelf in conflict komt. Je kind voelt zich loyaal aan de ene ouder. En, ook schuldig naar de andere ouder. Elk kind wil toch van beide ouders houden?
Dit innerlijke conflict heeft een naam: het loyaliteitsconflict. Je kind zit gevangen tussen twee werelden. Verdedigt het mama, dan verraadt het papa. Geniet het van tijd met papa, dan doet het mama misschien verdriet. Deze spanning draagt je kind constant met zich mee. In het lijf, hoofd en het hart.
Elk negatief woord over de andere ouder raakt je kind persoonlijk. Want je kind ís voor de helft de andere ouder. Genetisch, maar ook emotioneel. Wanneer je zegt: ‘Je reageert net zo chaotisch als je vader,’ geef je je kind het gevoel dat een deel van hem niet oké is. Je kind neemt dit mee en gaat geloven dat bepaalde eigenschappen ‘fout’ zijn. Begint die eigenschappen te onderdrukken of juist extra te laten zien. Bouwt aan een beeld van zichzelf dat gekleurd is door jouw pijn, niet door zijn eigen waarheid. Ook subtiele opmerkingen doen dit. ‘Typisch iets wat jouw moeder ook altijd zegt.’ Of een zucht als de telefoon gaat. Of die ene blik die zegt: niet weer. Je kind registreert alles, voelt de spanning en leert dat liefde voorwaardelijk is.
Tegen je kind niet, óf waar je kind bij is. Soms is het lastig om neutraal te blijven, als je dit zelf niet zo voelt. Je hebt pijn, bent boos of teleurgesteld en dat is heel begrijpelijk. Je hebt alleen invloed op je eigen gedrag, jouw aandeel in de situatie. Als je maar je best blijft doen om het niet te doen. Je mag trots zijn op jezelf als het je lukt, die nare opmerking in te slikken en soms alleen maar denkt. Het vraagt oefening en vooral ook bewustzijn. Zeker als de emoties hoog oplopen. Deze handvatten helpen je om een andere keuze te maken:
Voel je die nare opmerking opkomen? Adem. Tel tot vijf. Neem een slok water. Geef jezelf even tijd om iets anders te kiezen. De pauze creëert ruimte tussen je gevoel en je reactie. Vraag jezelf af: ‘Wat heeft mijn kind nu nodig?’ in plaats van ‘Wat voel ik?’ Het verschuift je aandacht van je eigen pijn naar het welzijn van je kind. Het helpt je om te kiezen vanuit liefde, niet vanuit gekwetstheid.